Grote bedrijven weten ‘alles' van je, en kunnen je zo gericht aanbiedingen sturen. De overheid, met name de belastingdienst, kent je hele financiële hebben en houden. Als criminelen bij die data komen zijn de rapen gaar. En als de overheid niet meer democratisch is ben je daardoor zelfs je leven niet meer zeker.
Maar blijkbaar dient de opslag van al die gegevens ook om onze maatschappij draaiend te houden. En die maatschappij wordt steeds meer verknoopt. Sinds de jaren vijftig wonen we in dit land met meer dan twee keer zoveel mensen, die meer dan twee keer zoveel contacten onderhouden, en in meer dan tien keer zoveel auto's rondrijden.
Zonder die auto's en die mobieltjes werkt onze maatschappij niet meer.
We willen met ons mobieltje contacten kunnen onderhouden met collegae, vrienden en familie, maar we vinden het raar dat de telefoonmaatschappij dan moet weten waar we zijn. En in Griekenland kun je zien wat er gebeurt als de overheid niet weet van wie ze belasting kan heffen.
Tegelijk kunnen we de risico's terugdringen. Het aantal verkeersdoden in Nederland is nog niet de helft van wat het veertig jaar geleden was, terwijl we veel meer auto rijden. We gaan terughoudender met informatie om. In de jaren vijftig was het gebruikelijk in kranten om van geïnterviewden naam, woonplaats en adres met huisnummer te vermelden. Dat gebeurde zelfs bij militairen die uitgezonden waren. Dat is nu onbestaanbaar.
We kunnen niet alles geheim houden. De omgekeerde wereld van ‘Big Brother' waar de overheid alles van ons weet is een spionageroman zoals ‘Smiley's people' waar werkelijk niemand een ander vertrouwt, en al helemaal zijn directe collega's niet. Het is een wereld waarin iedereen, mannen en vrouwen, de hele dag met een boerka lopen. Probeer dan je vrienden maar eens te vinden in de kroeg.
We willen gegevens over onszelf delen, maar de vraag is dus met wie en wanneer.