Ik werd echter even afgeleid door leuke spulletjes, en toen ik daar mee klaar was en weer op de balie keek waren mijn sleutels weg. Waarschijnlijk per abuis met de portemonnee mee in een grote tas gestopt. Bij de winkel wisten ze wel wie de klant was van die tas, want de klanten worden allemaal onverbiddelijk in de grote database gestopt. Alleen hadden ze van hem geen telefoonnummer, en naam en adres wilden ze me niet zo maar geven. Dat kon ik wel begrijpen, maar ondertussen moest ik naar huis lopen. Ze hadden wel het e-mailadres voor me, ook al was dat van de vriendin van die klant.
Helaas werkte dat adres niet, maar uit dat adres was wel een naam te reconstrueren. Dat maar eens opgezocht, en daar kwam inderdaad een hit op terug in de buurt, met telefoonnummer!
Jammer genoeg was dat telefoonnummer afgesloten, dus dat was lastig bellen. Maar met de aanvullende gegevens die het opleverde kon ik wel op LinkedIn en Facebook de vrouw vinden, en haar een berichtje sturen. Laat op de avond belde de man op. Hij vertelde verbouwereerd dat hij de hele dag met een stel sleutels had rondgelopen zich verwonderd afvragend waar ze vandaan kwamen. Een verstrooid type was het wel, want de handschoenen had hij nog niet ontdekt.
De volgende ochtend bracht hij alle spullen langs, met een goedmakertje.
Wat kunnen we hier nu zoal van leren? Winkelketens houden nogal van data verzamelen, en tegelijk weten ze dat ze voorzichtig moeten zijn met het uitdelen daarvan. Veel bestanden zijn enorm vervuild, zowel in bedrijven als op internet. Tegelijk heb je maar heel weinig gegevens nodig om iemand te vinden. De meeste mensen zijn te vertrouwen, in dit geval het winkelpersoneel en de klant. Facebook en LinkedIn zijn de nieuwe telefoonboeken. Tenslotte: laat je in een winkel niet afleiden door ‘bright shiny objects'.